|
Inleiding |
| |
|
|
· |
Duurlopers mogen deze zware trainingsvorm slechts enkele malen per jaar
doen. Train de volgende dag niet of doe een hersteltraining. |
| |
|
|
· |
Vaak sprinttraining doen is nadelig voor het aėrobe
uithoudingsvermogen. |
| |
|
|
· |
Voor lange afstandlopers heeft het daarom weinig zin om veel tijd
aan deze trainingsvorm te besteden. |
| |
|
| |
|
Hoe 
|
| |
|
|
· |
Je anaėrobe uithoudingsvermogen kan je verbeteren met behulp van
submaximale sprinttraining, hierbij is de intensiteit 85% tot 100%
van je maximale hartslag. De belasting duurt 10 tot 20 seconden
(met ander woorden 60 tot 100m). De pauze zal 1 tot 3 minuten
(afhankelijk van je getraindheid) duren, zodat je bijna geheel
hersteld. Door deze training zal het energierijke creatinefosfaat
en ATP toenemen. |
| |
|
|
· |
Ook kan je met behulp van
sprinttraining de melkzuurtolerantie worden verbeterd. De duur van
de hiervoor beschreven submaximale intervaltraining wordt verlengd
tot 60 ą 90 seconden. De rustpauze mag niet te lang duren (zo'n 30
seconden tot enkele minuten), zodat de melkzuurconcentratie in de
spieren gedeeltelijk blijft behouden. |
| |
|
| |
|
Effecten 
|
| |
|
|
· |
Anaėrobe uithoudingsvermogen. |
| |
|
|
· |
Toename van het energierijke creatinefosfaat en ATP. |
| |
|
|
· |
Melkzuurtolerantie. |
| |
|
|
· |
Versterking van de spieren (inclusief hartspier). |