Tips  |
| · |
Streef na een realistisch haalbare afstand. |
| |
|
| · |
Om een schatting te maken van welke afstand je denkt te kunnen
gaan lopen kan je mogelijk gebruikmaken van:
Wedstrijd verwachtingen.
|
| |
|
| · |
Probeer je zoveel mogelijk aan de tussentijden te houden. |
| |
|
| · |
Je lichaam heeft enige tijd nodig om goed op
gang te komen. Loop daarom de eerste minuten van de Coopertest
niet te hard van stapel. |
| |
|
| · |
Mentaal is heel belangrijk. Stel je positief
in. Een moeizame laatste week betekent niet altijd een slechte
Coopertest. |
| |
|
| · |
Als je de nacht voor de Coopertest slecht hebt
geslapen is dat is geen probleem, omdat een slechte nachtrust
voor de test geen tot weinig effect heeft op je prestatie. |
| |
|
| · |
De Coopertest zal je bijna altijd
gemakkelijker lopen dan tijdens je trainingen.
Dit komt onder
andere door wedstrijdspanning: adrenaline zorgt er voor dat je
gewoon een stukje harder loopt. Ook wordt de inspanning
tijdens de Coopertest minder zwaar ervaren omdat medelopers
het ook moeilijk hebben. |
| |
|
| · |
Stimuleer je zelf door te denken dat je in een
grootste vorm bent. Deze extra spanning zorgt ook ervoor dat
er meer adrenaline vrijkomt, waardoor je gewoon wat harder
gaat lopen. |
| |
|
| · |
Neem ook genoeg tijd voor een
Warming-up, zodat de doorbloeding
van de spieren beter wordt. Doe na afloop ook een
Cooling-down om de afvalstoffen
beter af te voeren. |
| |
|
| · |
Zorg er voor dat je loopspullen ruim van
tevoren klaarliggen, zodat je hier geen omkijken naar hebt. |