Deze losmakende dynamische oefeningen zijn een onderdeel van de
Warming-up. De warming-up begin je met heel
rustig hardlopen of wandelen. Na een minuut of twee, drie ga je aan de
gang met de losmakende oefeningen om de doorbloeding en de soepelheid van
de spieren te verbeteren. Dynamisch wil zeggen: bewegelijk.
Voer de intensiteit van de oefeningen in de loop van de weken geleidelijk
op.
Waarom losmakende dynamische oefeningen?
|
| |
|
|
· |
Blessurepreventief. |
| |
|
|
· |
Verbetering sportprestaties door een
betere doorbloeding en de lenigheid van de spieren. |
| |
|
|
· |
Sneller herstel van de training. |
| |
|
|
|
|
Hoe losmakende dynamische oefeningen
|
| |
|
|
· |
Duur: 15 tot 30 sec. / 15 sec. rust / 3 tot 10
herhalen. |
|
|
|
|
· |
Voordat je begint met de oefeningen loop of wandel je
een minuut of twee, drie rustig in om de spieren op temperatuur te
brengen. |
| |
|
|
· |
Voer de intensiteit van de oefeningen in de loop van de weken geleidelijk op. |
| |
|
|
· |
Tijdens het uitvoeren van de oefeningen mag je geen pijn voelen. |
| |
|
|
· |
Zorg er voor dat je de oefeningen juist uitvoert. Wees kritisch op je houding. |
| |
|
| |
|
Overzicht losmakende dynamische oefeningen
|
| |
|
|
· |
Hieronder in willekeurige volgorde een overzicht van
de belangrijkste losmakende dynamische oefeningen. |
| |
|
|
· |
Voorlopig nog geen plaatjes. Mogelijk worden de
oefeningen beter gedaan zonder plaatjes, omdat dan de tekst beter gelezen wordt. |
| |
|
|
· |
Dribbelen
Bij het dribbelen is je looptempo heel rustig en maak je hierbij
kleine stapjes. De voeten wikkel je overdreven goed af. |
| |
|
|
· |
Huppelen
Ongeveer dezelfde oefening als vorige (dribbelen) alleen je bovenbenen
hef je iets meer op. |
| |
|
|
· |
Armzwaaien
Armen ontspannen naar voren en achteren zwaaien. Hierbij kan je ook
rustig wandelen. |
| |
|
|
· |
Draaien met je heupen
Begin houding: sta in een lichte spreidstand met de handen in de zij.
Draai met de heupen langzaam grote cirkels. De schouders en hoofd
blijven daarbij zoveel mogelijk op hun plaats. |
| |
|
|
· |
Draaien met je schouders (1)
Begin houding: sta in een lichte spreidstand. Draai je afwisselend
rechts- en linksom. Wanneer je rechtsom draait kijk je rechterarm (die
gestrekt is) zoveel mogelijk na. De hand van je linkerarm bevinden
zich bij je rechter schouder. |
| |
|
|
· |
Draaien met je schouders (2)
Begin houding: sta in een flinke spreidstand. Afwisselend raak je met
je rechter hand je linker voet aan (en andersom). De andere arm wijst
naar boven en probeer je zoveel mogelijk na te kijken. |
| |
|
|
· |
Draaien met je hoofd
Begin houding: sta in een lichte spreidstand. Maak kleine cirkeltjes
met je hoofd. Van je ene schouder naar je andere en via je borst weer
terug. Doe de oefening niet te lang, omdat je mogelijk wat duizelig
kunt worden. Vijf keer links en vijf keer rechts is voldoende. |
| |
|
|
· |
Hakkenbillen of hielaanslag
Oefening waarbij je tijdens het uitvoeren van de loopbeweging steeds
een bil aanraakt met de hak van de schoen. Probeer je bovenlichaam
rechtop te houden bij het uitvoeren van de oefening. Je armen hangen
langs het lichaam.
Voor de variatie kan je ook afwisselend 2 x rechts en daarna 2 x links
doen.
Of 2 x rechts, 1 x links (en andersom). |
| |
|
|
· |
Knieheffen
Tijdens een rustige looppas hef je regelmatig afwisselt je linker en
rechterknie op tot een hoek van 90 graden. Bij het neerkomen maken je
voorvoeten als eerste contact met de grond. Probeer je bovenlichaam
rechtop te houden bij het uitvoeren van de oefening. |
|
|
|
|
|
Stuur door
|